L., fam. Leguminosen, onderfam.
Papilionaceeën, Saga (Mal.), kruid dat in Indië in het wild en gekweekt voorkomt. Uit de zaden wordt abrine gewonnen, dat in de oogheelkunde gebruikt wordt. De blaadjes zijn een inlandsch geneesmiddel. Als bestanddeel van de Ind. spruwkruiden zijn ze als Folia Abri in de Ned. Pharmacopee opgenomen. Van de rood-zwarte zaden, bekend als Jequirity-zaden, patemosterzaadjes, makoeri, kokriki, worden o.a. rozenkransen gemaakt; zij zijn als zij gekauwd worden zeer vergiftig. Hillen.