nacht betekenis & definitie

Het begrip nacht heeft 60 verschillende betekenissen:

1) de nacht van midzomer, rond 21 juni, met het kleinste aantal uren duisternis op ons noordelijk halfrond in vergelijking met de andere nachten van het jaar; midzomernacht
2) tot de nacht van een bepaalde dag of tot de genoemde tijdsspecificatie binnen betreffende nacht
3) periode van duisternis tussen zonsondergang en de daaropvolgende zonsopgang, wanneer een plaats door de omwenteling van de aarde om haar as van de zon is afgewend en geen zonlicht meer ontvangt; periode zonder daglicht
4) iedere nacht weer opnieuw; telkens opnieuw 's nachts
5) nacht waarvan het verloop niet wordt verstoord door ongeregeldheden, grote drukte, iets wat overlast veroorzaakt enz.
6) de nacht waarin plaatsvindt wat in de van-bepaling wordt genoemd
7) een volledige nacht
8) in de nacht van de vorige dag
9) 's nachts en op de meest onmogelijke of ongebruikelijke tijdstippen
10) stil en omzichtig om geen aandacht te trekken; heimelijk
11) iedere nacht; ook: alle of de meeste nachten in zekere periode
12) nacht waarvan het verloop niet wordt verstoord door ongeregeldheden, grote drukte, iets wat overlast veroorzaakt enz.; nacht met een rustig verloop
13) die nacht waarvan reeds sprake was, die bekend is
14) iedere nacht; ook: alle of de meeste nachten in zekere periode
15) een nacht doorgebracht in buitensporige of losbandige lust of vermaak
16) nacht waarin de sterren niet door wolken aan het zicht worden onttrokken
17) iedere nacht weer opnieuw; telkens opnieuw 's nachts
18) nacht waarin men door andere bezigheden slechts kort kan slapen; nacht met een korte nachtrust
19) diep in de nacht; tijdens het donkerste deel van de nacht
20) iedere nacht; ook: alle of de meeste nachten in zekere periode
21) nacht waarin zich ongeregeldheden voordoen; nacht die geen kalm verloop kent
22) bijeenkomst 's nachts, georganiseerd voor een optreden, evenement, activiteit of bezigheid
23) nacht met een aanzienlijke tijdsduur in vergelijking met de andere nachten van het jaar, voor ons halfrond meer bepaald in de periode die voorafgaat aan midwinter of de winterzonnewende, wanneer ons noordelijk halfrond door de baan van de aarde rond de zon en de schuine stand van de aardas van de zon wegwijst, de zon overdag lager aan de horizon staat en de periode met daglicht korter is
24) telkens weer opnieuw gedurende de hele nacht
25) laatste gedeelte van een dag dat aanbreekt na de avond, wanneer de volledige duisternis inzet, en dat op zijn beurt wordt gevolgd door de morgen als eerstvolgende deel van de nieuwe dag
26) nacht met een korte tijdsduur in vergelijking met de andere nachten van het jaar, voor ons halfrond meer bepaald in de periode die voorafgaat aan midzomer of de zomerzonnewende, wanneer ons noordelijk halfrond door de baan van de aarde rond de zon en de schuine stand van de aardas naar de zon wijst, de zon overdag hoger aan de horizon staat en de periode met daglicht langer is
27) moment waarop of gebeurtenis waarbij binnen een organisatie de sterkere groep de macht naar zich toetrekt en de zwakkere leden buiten spel zet en met opponenten afrekent
28) nacht waarin men door andere bezigheden slechts laat aan nachtrust toekomt; nacht waarin men zich pas laat te bed begeeft
29) een nachtdienst verrichten; nachtdiensten verrichten
30) het laatste deel van de dag, beschouwd als de tijd die men na de bezigheden tijdens de voorgaande dagdelen op een specifieke wijze doorbrengt met een bepaalde activiteit, zoals uitgaan of feesten, vrijen enz.
31) in, tijdens de nacht; terwijl het nacht is; 's nachts
32) werkperiode waarbij men in de avond en de nacht werkt; nachtdienst
33) voortdurend; constant; de hele tijd; onophoudelijk; steeds
34) het begin, de aanvang van de nacht
35) laatste gedeelte van een dag na de avond, gerekend vanaf het tijdstip dat men zich te ruste begeeft totdat men opstaat; periode bestemd voor de nachtrust
36) de nacht van midwinter, rond 21 december, met het grootste aantal uren duisternis op ons noordelijk halfrond in vergelijking met de andere nachten van het jaar; midwinternacht
37) een verschil dat zo groot is als mogelijk; het grootst denkbare verschil
38) zeer donker of zeer zwart
39) een nacht doorgebracht in het gezelschap van de persoon of personen genoemd in de met-bepaling
40) toestand dat na de avond de nacht als laatste en geheel duistere deel van de dag aanbreekt of is aangebroken
41) nacht met veel te verrichten werkzaamheden, met een grote toeloop van belangstellenden, met veel verkeer enz.
42) een nacht met een nachtrust zoals aangegeven door het adjectief
43) toestand van de dood
44) een volledige nacht
45) gedurende de helft van de nacht, meer bepaald overdrijvend bedoeld voor: gedurende een aanzienlijk deel van de nacht
46) telkens tot de nacht of tot alle of de meeste nachten in zekere periode; telkens tot de genoemde tijdsspecificatie in de nacht
47) toestand dat na het daglicht de volledige duisternis heerst; nachtelijke duisternis
48) nacht met rustige weersomstandigheden
49) de nacht is nog maar net begonnen en duurt nog lang; het is nog vroeg in de nacht
50) een nacht waarvan de nachtrust is verstoord door onderbreking, veelal met de bijgedachte aan de vermoeidheid daardoor 's anderendaags
51) iets wat om zijn somberheid, uitzichtloosheid, naargeestigheid of andere negatieve eigenschap met de nacht wordt vergeleken en in de van-bepaling nader wordt gespecificeerd
52) het laatste deel van de nacht
53) tot wanneer de nacht ver is gevorderd; tot diep in de nacht
54) op of tijdens de nacht van een bepaalde dag
55) een nacht die men met waken heeft doorgebracht; een nacht waarin men wakker is gebleven en niet aan nachtrust is toegekomen
56) op of tijdens de nacht van een bepaalde dag
57) de onomkeerbare, definitieve toestand van de dood
58) de problemen en risico's grondig afwegen vooraleer over te gaan tot handelen; behoedzaam te werk gaan
59) tot wanneer de nacht ver is gevorderd; tot diep in de nacht
60) voor problemen van overdag vindt men na een nachtje slapen en rustig nadenken vaak de oplossing

Gepubliceerd op 30-05-2017