Dagzoom betekenis & definitie

Dagzoom - (Hd. Ausgehende), geol. en ertsk., de zelfkant, waarmee een gesteentelaag of ertsgang in den dag treedt. Dikwijls is zulk een d. in het terrein goed te vervolgen. Wanneer een ertsgang sulfidische ertsen bevat, welke, onder den invloed van de zuurstof uit de atmosfeer, oxydeeren en een zoog. ijzeren hoed vormen (zie OXYDATIEZONE), slingert de d. zich als een roodbruine band over bergen en door dalen. Wanneer een ertsgang grootendeels bestaat uit materiaal, dat moeilijk verweert en hard is, zooals een goudkwartsrif, kan zij als een muur blijven staan, aan weerskanten gesteund door neergestorte blokken, terwijl het nevengesteente reeds tot een veel dieper niveau aangetast en weggevoerd is.

Wanneer daarentegen juist het gesteente, dat men wenscht te volgen zachter is dan de omringende, toont een trogvormige laagte de plaats van den d. daarvan aan. — Het behoort tot de telkens terugkeerende opgaven van den karteerenden geoloog en exploreerenden mijningenieur om d. van gangen en belangrijke gesteenten te vervolgen van punten af, waar zij duidelijk zijn. Hij maakt daarbij gebruik van bekende constructies uit de beschrijvende meetkunde, daar het vraagstuk neerkomt op het vinden van de snijlijn van twee vlakken: het vlak van laag of gang en het terreinoppervlak ter plaatse, dat reeds tevoren door hoogtelijnen in kaart gebracht is. Als het vlak van de laag een plat vlak is, kan de constructie met groote zekerheid over lange afstanden worden uitgevoerd en zal een onderzoek ter plaatse steeds de bevestiging brengen van het vermoeden, dat ook daar de d. van de gezochte laag aanwezig is. Als echter richting en helling van laag of gang telkens veranderen of als plotselinge storingen veelvuldig voorkomen, kan men slechts stapsgewijs verder gaan en brengt een ingesteld onderzoek ter plaatse niet altijd de bevestiging. In het laatste geval moet een nieuw punt van uitgang in het veld opgezocht worden.

Laatst bijgewerkt 13-12-2018