Bom Emmanuel de betekenis & definitie

Bom Emmanuel de - Bom, Emmanuel de, Vlaams schrijver en journalist, *9.11.1868 Antwerpen, ✝ 14.4.1953 Kalmthout. De Bom was hoofdbibliothecaris te Antwerpen (1911—19; 1926—33), correspondent van de Nieuwe Rotterdamse Courant en redacteur van De Volksgazet (1920-26), medeoprichter van de tijdschriften Van Nu en Straks (1893), Tijdschrift voor Boek- en Bibliotheekwezen (1902), en Vlaanderen (1903). Zijn korte psychologische roman met autobiografische inslag Wrakken (1898), die in de Antwerpse havenbuurt speelt, is de eerste moderne stadsroman in de Vlaamse letterkunde.

Als journalist ging zijn belangstelling uit naar alle aspecten van het artistiek en letterkundig leven van zijn tijd, m.n. in Vlaanderen. Werken: Henrik Ibsen en zijn werk (1893), Wrakken (1898), William Morris en zijn invloed op het boek (1905), Psychologie van den Antwerpenaar (1929), Scheldelucht (1941, schetsen), Het land van Hambeloke (1946, roman); gebundelde kronieken: Het levende Vlaanderen (1917), Nieuw Vlaanderen (1925), Dagwerk voor Vlaanderen (1929).LITT. P.van Tichelen, Bibliografie van en over E. de Bom (1944); M.Gilliams, E.de Bom (1958; met bloemlezing).