Het woord binomium beteekent tweeledigen vorm. Wij kunnen dezen voorstellen door a + b. Vermenigvuldigt men dien met zich zelven, dan heeft men:
Wij hebben hier dus eene analytische reeks, volgens welke iedere tweeledige grootheid zonder veel moeite tot eene bepaalde magt kan ontwikkeld worden. Zij was reeds vóór Newton bekend, maar deze heeft aangewezen, dat zij niet alleen doorgaat voor geheele, maar ook voor gebrokene exponenten; deze gewigtige ontdekking is oorzaak, dat het binomium naar zijn naam is genoemd. De factoren der reeks, die van de exponenten afhankelijk zijn, dragen den naam van binomiaal-coëfficiënten, en voor deze geldt de regel, dat de som der coëfficiënten van twee opvolgende termen der eerste magt gelijk is aan den binomiaal-coëfficiënt van den volgenden term, die in magt een rang hooger is. Men kan zich van dat binomium niet alleen bedienen, om de magten te vinden van twee- en meerledige vormen, maar ook om de wortels te zoeken uit bepaalde grootheden, hetzij volkomen, hetzij bij benadering. De binomiaal-formule staat uitgehouwen op het grafteeken van Newton in de Westminster-abtdij. Andere groote wiskundigen, zooals Leibnitz, Euler, Lagrange enz., hebben zich desgelijks met eene beschouwing van het binomium bezig gehouden.