1. niet achten, met minachting aanzien, bejegenen: de lasteraar wordt veracht; die zijn naaste veracht, zondigt (Spr. 14 : 21):
2. niet tellen, trotseren: de dood. verachten;
3. verlagen, vernederen, verkleinen: gij moet uw broeder niet zo verachten;
4. versmaden: — iets verachten, er de waarde van verkleinen.
Gepubliceerd op 01-01-2021
Verachten
betekenis & definitie