Haen - (Anton de), Nederl. geneeskundige, een der beroemdste leerlingen van Boerhaave, in 1704 te ’s-Gravenhage geb., studeerde te Leiden en vestigde zich als geneesheer in zijn geboortestad, waar hij een uitgebreide praktijk uitoefende en zich zulk een naam verwierf, dat de beroemde Nederlandsche eerste lijfarts van Maria Theresia, Van Swieten, hem in 1754 uitnoodigde om naar Weenen te komen en hem behulpzaam te wezen bij de hervorming der geneeskundige wetenschap in Oostenrijk. Hij werd als eerste prof. der praktische geneeskunde aldaar benoemd en lokte door zijn onderwijs, waarbij hij zuivere Hippocratische beginselen onder zijn leerlingen zocht te verspreiden, en als arts vele vreemden naar Weenen, waar hij echter voortdurend met geneeskundige vooroordeelen en kuiperijen te strijden had. In den strijd was hij heftig en dreef zijn beschouwingswijze somtijds tot overdrijving door. Zoo raakte hij door de bestrijding van de zweetdrijvende methode van genezing, waardoor de gierstuitslag (miliaria) wordt te voorschijn geroepen, in strijd met Quarin, Störck, Collin e. a., door zijn beroemde verhandeling tegen de pokinenting Quaestiones supra methodo inoculandi variolas (1757) met Tissot en Tralies, tegen wien hij zijn Réfutation de l'inoculation en Responsio ad Tralies epistolam apologeticam schreef, en vooral met von Haller, wiens nieuwe begrippen over gevoeligheid en irritabiliteit hij op scherpen toon betwistte.
Hij verzoende zich echter later met zijn wetenschappelijke tegenstanders. De resultaten zijner veeljarige ondervinding heeft hij in zijn meesterwerk Ratio medendi aan de geleerde wereld medegedeeld. II. overleed te Weenen in 1776.