Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Gepubliceerd op 06-12-2018

Belastingen in ned-lndië

betekenis & definitie

Belastingen in ned-lndië - kunnen verdeeld wor den in directe en indirecte b.; de eerste weder in 1) b. voor Europeanen; 2) voor Inlanders; 3) voor Europeanen en vreemdelingen; 4) voor Inlanders en vreemde Oosterlingen. De voornaamste b. voor Europeanen is de Inkomstenb. (1908), geheven van alle inkomens, door fysieke personen of maatschappijen binnen Nederl. Indië verworven, ook al zijn de maatschappijen buiten N.-Ind. ge vestigd. De b. is progressief.

Voor Europ. en Vreem de Oosterlingen geldt de personeele b. (1908) naar zes grondslagen a) huurwaarde; b) meubilair: c) paarden; d) rijwielen; e) rijtuigen; ƒ) automobie len. Voor Inlanders en Vreemde Oosterl. wordt sedert 1907 een b. op het bedrijf en an dere inkomsten geheven; de b.plicht be gint bij een inkomen van f 4.17 per maand, of f 60 per jaar, en loopt progressief op van bijna 11/2% tot 41/2 % bij een jaarl. inkomen van f 630 en hoo ger. Op de Buitenbezittingen zijn aan deze b. al leen onderworpen de Vreemde Oosterl. onder ons rechtstr. gezag, de Inl. onder rechtstr. gezag in het Gouv. Sumatra’s O.kust en de Inlanders werkzaam op landbouwondernem. in de res. Riouw en Onderh. Op 1 Jan. 1914 zijn de verschillende hoofdgelden op de Buitenbezittingen geheven, eveneens ver vangen door een algem. b. op de bedrijfs- en andere inkomsten, geheven van alle Inlanders onder recht streeksch gezag (met verschillende uitzonderingen); ze bedraagt 4 % van het jaarl. inkomen uit welken hoofde ook, met een minimum van f 2.—in de res. Me nado van f 6. In enkele streken is deze b. voorloopig niet ingevoerd (Oostk. v. Sum., Banka en Ond., in heemsche bevolking van Riouw, binnenlanden v. Bor neo, Inl.

Burgers v. Amboina), terwijl het in 1908 in gevoerde hoofdgeld voorloopig gehandhaafd blijft. De landrente op Java en Madoera (zie LAND RENTE) is alleen voor Inlanders; de verpon ding wordt geheven van de onroerende goede ren, waarvan volgens algem. verorden, bewijzen van eigendom of van een ander zakelijk recht zijn opgemaakt (b.v. erfpacht), of die zonder zoodanig bewijs bezeten worden krachtens een titel, ont leend aan het Britsche tusschenbestuur. De ver pondingscommissie stelt telkens voor 5 j. de ver pondingswaarde vast, waarvan 3/4 % geheven wordt, voor bezittingen afkomstig uit den tijd van het Eng. bestuur 1 %. Er wordt bij deze heffing geen verschil gemaakt ten aanzien van den landaard der b.schuldigen. De voornaamste indirecte b. zijn: de in-en uitvoerrechten, de ac cijnsen (op gedistilleerd, lucifers, petroleum en tabak, deze laatste alleen bij den invoer in Bomeo), recht van overschrijving, van succes sie en van overgang bij overlijden, en zegelrecht. Het recht van openbare verkoopin gen verdient hier nog vermelding, omdat deze, noch verhuringen of verpachtingen, in N.-Indië mogen gehouden worden dan ten overstaan van een ven dumeester, door de Regeering aangesteld; de koo pers zijn verplicht tot betaling aan het bestuur; dit is aansprakelijk voor de opbrengst na aftrek van het vendu-salaris, zoodat het Land als tus schenpersoon optreedt. Voorts heeft men in de verschill. gewesten nog een aantal bijz. b. voorna melijk voor Inlanders en Vreemde Oosterlingen; ech ter is er een streven, om hoe langer hoe meer tot rechtstr. heffingen en uniforme regelingen te komen.

< >