v. (-en), een foltermiddel dat dikwijls werd toegepast in combinatie met de pijnbank.
Het slachtoffer, dat uitgestrekt op de pijnbank lag, werd gedwongen water te slikken dat langzaam op een linnen doek gedruppeld werd, die in zijn mond werd gepropt. Andere methoden waren het druppelen van water op een linnen doek, die het gehele gezicht bedekte; het afsluiten van de neus, terwijl er water in de geopende mond gedruppeld werd en het langzaam druppelen van water op het hoofd van de gevangene. Een uitbreiding van deze laatste methode was het van een hoogte van ca. 2 m onophoudelijk storten van water op het voorhoofd van het slachtoffer. De waterfoltering werd door de Spaanse inquisitie toegepast. In de moderne tijd wordt het waterverhoor overal waar gemarteld wordt toegepast. Het werd o.a. gebruikt in de Algerijnse en de Vietnamese Oorlogen.