[Fins savu, rook], m. (-’s), Fins heteluchtbad, eventueel gevolgd door huidmassage met berketwijgen en een koude douche of een duik in koud water; ook ben. voor zo’n badhuis.
De hoofdfasen van het saunabad zijn: transpireren in de met hete lucht gevulde cabine, gedurende ca.
10 min, bewerking van de huid met berketwijgen als huidmassage, wassen en afspoelen, gevolgd door een luchtbad, waarna een douche met koud water en/of een koud dompelbad voor een radicale afkoeling zorgen. Het saunabad wordt beëindigd met een warm voetenbad.
De moderne saunacabine is uitgerust met een elektrische saunaoven of een die gestookt wordt met gas of olie, maar de oorspronkelijke (houten) sauna bevat een vuurhaard, alsmede een platform en bakken voor water. Op de haard liggen stenen, waarop water gegoten wordt om stoom te maken. In de saunacabine heersen temperaturen van 100 °C (nabij het plafond), aflopend tot ca. 40 °C (nabij de vloer). De relatieve vochtigheid - van groot belang in verband met de mogelijkheid tot transpireren - is bij 100 °C 2-5 %, bij 80 °C 3-10 % en bij 60 °C 8-23 %. Deze laatste waarde is nog aanmerkelijk onder de ‘normale’ (40-50%). Het verschil in vochtigheidsgraad houdt verband met het bij stijgende temperatuur toenemen van het vermogen van de lucht water op te nemen.
M.n. personen die lijden aan afwijkingen van het hart of de bloedvaten lopen verhoogd risico bij het nemen van een saunabad, en kunnen beter eerst ter zake kundig advies inwinnen. In Finland heeft zich in de loop der eeuwen een levendige saunacultuur ontwikkeld. Na de Tweede Wereldoorlog vond de sauna ingang buiten Finland, ook in landen buiten Europa. In 1979 waren er ca.200 sauna’s aangesloten bij de Ned. Saunabond; in België is er wel een Saunabond, maar daar zijn nog slechts enige sauna’s bij aangesloten.
LITT. K.F.Hirvisalo, Zur Hygiene der alten finnischen Badestube (1934); Sauna-kirja (Saunaboek,
1940); C.Fauser, Sauna für Gesunde und Kranke (1949); H.J.Viherjuuri, The Finnish bath (6e dr.1963).