v./m. (-s, -n),
1. borstbeeld, beeld dat alleen het hoofd, de borst en de schouders vertoont, ook op tekeningen, schilderijen;
2. vrouwenborst, boezem: een zware, volle een valse zij heeft een mooie -, haar borstlijn is mooi gewelfd;
3. paspop van naaisters en kleermakers.
Vooral in de schilder- en tekenkunst, maar ook in de beeldhouwkunst kan ook een borstbeeld met armen en handen wel als buste worden aangeduid; in meer speciale betekenis bedoelt men met buste vooral beeldhouwwerken van de gedefinieerde soort. In de oudheid kwam de buste bij de Babyloniers, Assyriers en Grieken (zie herme) niet of nauwelijks voor, bij de Egyptenaren heel zelden. Daarentegen bereikte de buste haar grootste bloei in de Romeinse kunst. Het Romeinse borstbeeld vertoont een tweetal naast elkaar gebruikte vormen: een op borsthoogte waterpas afgesneden vorm van de portretbuste, of een kop met schouders, soms zelfs zonder de schouders, soms nog met verdere gedeelten van het bovenlijf, op een geprofileerd onderstel, meestal op ronde voet. De antieke buste bleef als halffiguur in zwang in de Byzantijnse kunst en werd in de middeleeuwse bouwplastiek en in de reliekhouders van West-Europa overgenomen. De Romeinse vormen keerden in de beeldhouwkunst van de Italiaanse renaissance terug (Donatello, Desiderio da Settignano e.a.).
In de 15e en begin 16e eeuw behield het Romeinse systeem van het rechtafgesneden bovenlijf zonder voet de voorrang. In de 16e eeuw keerde men, met neiging tot latere hellenistische en Romeinse vormen, tot de buste op smal voetstuk terug, waarbij het bovenlijf naar de kant van het voetstuk toe min of meer puntig kan toelopen. Rijke behandeling van het voetstuk met figuren of cartouches is vooral in de 16e en 17e eeuw aan te treffen (Cellini, Pietro Tacca, Adriaan de Vries, Hendrick de Keyser). Zowel in Italië als in andere landen van Europa bleven beide vormen sindsdien bestaan, elkaar afwisselend.
Het geschilderd portret heeft eveneens tijden gekend waarin men aan de buste de voorkeur gaf boven het portret ten voeten uit of het kniestuk (15e eeuw in Nederland, Duitsland en Frankrijk). In Italië is daarbij tevens gedurende de tweede helft van de 15e eeuw een bepaalde voorliefde te bespeuren voor de buste in scherp profiel (Domenico Veneziano, Chirlandaio, Botticelli, Ambrogio Prédis e.a.).
Moderne beeldhouwers en schilders hebben naast de buste ook meermalen weer alleen het hoofd afgebeeld, dat dan, gebeeldhouwd of in brons gegoten, soms slechts op een enkele gebogen stut wordt geplaatst.
LITT. A.Grisebach, Die röm. Porträtbüsten der Gegenreformation (1936); L.Hager, Büste und Halbfigur in der deutschen Kunst des ausgehenden Mittelalters (1938).