Muziekencyclopedie

S. van Ameringen (1962)

Gepubliceerd op 21-04-2020

Messiaen, Olivier

betekenis & definitie

(Avignon 1908), Frans componist en organist, studeerde o.a. bij Marcel Dupré en Paul Dukas, werd in 1931 organist van de Ste-Trinité te Parijs en in 1942 hoofdleraar aan het conservatorium, waar o.m. Boulez, Stockhausen, T.de Leeuw tot zijn leerlingen behoorden.

Samen met Jolivet, Daniel-Lesur en Baudrier richtte hij in 1936 te Parijs de componistengroep 'Jeune France op. Zijn muziek, veelal op religieus-mystieke symbolen geïnspireerd, is deels door zeer gedifferentieerde oosterse ritmepatronen, deels door eigen toonreeksen en het vrije Gregoriaanse ritme sterk beïnvloed en heeft ook elementen van de zang der vogels geassimileerd (o.a. in Réveil des oiseaux, 1953-1955; Catalogue d’oiseaux. 1956-1958). In zijn briljante orkestratie maakt Messiaen veelvuldig gebruik van Ondes Martenot, vibrafoon, celesta en uitgebreid slagwerk om grootse klankeffecten te bereiken. Messiaens werk omvat voorts orkestwerken (L’Ascension, 1933; Turangalila-symphonie, 1946-1948; Chromochromie, 1960; Couleurs de la Cilé, 1963; Et expecto resurrectionem mortuorum, 1964; Des canyons aux étoiles, 1974); orgelwerken (Apparition de L'Église éternelle, 1932; La nativité du Seigneur, 1934; Les corps glorieux, 1939; Messe pour la Pentecôte, 1950; Livre d’orgue, 1952; Le livre du Saint-Sacrement. 1986); pianomuziek (Vingt regards sur l’Enfant Jésus, 1944; 4 Études de rythme, 1951); vocale werken (Trois petites liturgies, 1944; Cinq rechants pour 12 voix, 1949); de opéra Saint-François d’Assise (1986); het strijkkwartet Quatuor pour la fin des temps (1940, gecomponeerd en opgevoerd in krijgsgevangenschap in Duitsland). Geschriften: Technique de mon langage musical (1942), Traité du rythme (1954).

< >