(Wenen 1900), Oostenrijks-Amerikaans componist, studeerde bij Fr.Schreker, daarna te Berlijn waar zijn eerste drie (‘atonale’) symfonieën de aandacht trokken en hij met zijn jazz-opera Jonny spielt auf (1926) een sensationeel succes behaalde. In 1928 vestigde hij zich weer in Wenen, waar hij onder invloed van Schönberg in het twaalftoonsysteem begon te componeren.
Uitgaande hiervan ontwikkelde hij een geheel eigen compositietechniek, die hij o.a. toepaste in het visionaire muziekdrama Karel V (1933). In 1937 week hij uit naar de Verenigde Staten, waar hij naast pedagogische (docent universiteit Los Angeles) en publicistische arbeid tal van TV-spelen, kameropera’s (o.a. Pallas Athene weint, 1955) en de vierde en vijfde symfonie (1947, 1949) schreef. Sedert de jaren 1950 gebruikte hij ook seriële technieken (Kette, Kreis und Spiegel, 1958). Zijn enorme produktiviteit uitte zich in een oeuvre dat alle terreinen van de muziek omvat en waarin van diverse hedendaagse stijlelementen gebruik werd gemaakt. Zo heeft hij ook elektronische muziek geschreven (o.a.
Pinksteroratorium voor zangstemmen en elektronische klanken, 1955-1956). Bekend is ook zijn toonzetting van een spoordienstregeling: Santa-Fé-Time-Table (1945).