entte, h. geënt (Lat. imputare: 1 een loot in een spleet a. d. top van de ingekorte stam of tak v. e. verwante boomsoort bevestigen, zodat zij hiermede zich verbindt, inz. om wilde vruchtbomen aldus te veredelen; 2 fig. een voedingsbodem voor een genoemde zaak zoeken in iets anders; een zaak als voortzetting aan een andere verbinden):
1. een loot enten op; bomen enten;
2. de kennis der algebra enten op die der rekenkunde.