(H.) godgeleerde, ° 1225 bij Aquino, dominikaan, leerling van Albertus de Grote te Keulen en te Parijs, was hoogleraar te Keulen, Parijs, Rome, Bologna en Napels, † 7 maart (feest) 1274. „Doctor angelicus” [Lat. de engelachtige leraar]. Nadat zijn ordesbroeder de Nederlander Willem VAN MOERBEKE een getrouwe vertaling van Aristoteles’ werken had vervaardigd, kon Thomas voorgoed het Aristotelisch systeem vastleggen.
Hierop bouwde hij zijn onsterfelijke Summa Theologica, waarin hij met geniale syntetische geesteskracht het geweldig materiaal door de Griekse wijsbegeerte in de Oudheid en door de vaders en schrijvers der Kerk, gedurende twaalf eeuwen opgestapeld, tot een ongeëvenaard systematisch geheel verwerkte.