(ani'mismə) o. TLat. anima, ziel] praktijk of leer betreffende de ziel nl.
1. verering bij natuurvolken van geesten van overledenen, die in levenloze voorwerpen zouden zijn overgegaan.
2. Wijsb.
a. wijsgerig stelsel volgens welk de ziel het beginsel van alle leven is.
b. opvatting die aan alle dingen, levend of niet, een ziel toekent.
3. spiritistische werking buiten het lichaam om, voortkomende uit de geest van het medium.