Wat is de betekenis van magic?

2025-07-23
Op-en-top Nederlands

Frens Bakker, Els Ruijsendaal, Paul Uljé, Dick van Zijderveld (2022)

magic

(bijvoeglijk naamwoord) [alg.] betoverend, magisch - Het sprookjesbos is werkelijk betoverend en heeft een magische uitstraling.

2025-07-23
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

magic

I. magisch, toverachtig, betoverend, tover-; magic lantern, toverlantaarn; II. toverkracht, -kunst, tove(na)rij, magie; betovering.