diendertje
(1901) (Barg.) glaasje zonder voet; slokje; borrel. • Na het 1e bedrijf, "waarin zij Krates' vader hebben zien bezwijken in een delirium-aanval, nemen do drie mannen elk een borrel uit een kruik. Na het 2e bedrijf, waarin Carel, een dronkaard, zijn vrouw in teedere woordon belooft nooit meer een borrel te drinken, nemen de drie weer...