Historische collectie Nederland

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2019)

Gepubliceerd op 13-06-2019

frijnen

betekenis & definitie

Eindbewerking van de zuiver vlak voorbewerkte oppervlakte van gehouwen steen met fijne evenwijdige slagen, aangebracht met een ceseel, typisch voor de architectuurperioden na de M.e.. In Nederland worden per groef twee beitelslagen gegeven, de eerste in de steen (steekslag), de tweede er weer uit. Bij de z.g.

Belgische frijnslag of carrièreslag wordt de beitel in één klap ook weer uit de steen geslagen. Vgl. (zie) scharreren. Vaak wordt in bestekken het aantal slagen per 10 cm (palm) voorgeschreven.

Ook: vrijnen. Al het hardsteen moet geschuurd en netjes overgevrijnt worden en niet minder als negen vrijnslagen in een duym: 1781 Zaanstreek, bestek.