Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

Gepubliceerd op 03-02-2023

opentrekken

betekenis & definitie

(Een deur) opendoen; zijn ogen (wijd) opentrekken, zijn ogen (wijd) opendoen (om beter te kunnen kijken), in ’t bijz.: grote ogen opzetten, als teken van verbazing.

Nieuw geklop en nieuwe ja. Zelf de deur opentrekken en daar staat Kongo. Nu al. Vlekkeloos in ’t wit, behalve de huidskleur, JONCKHEERE 1957, 7.

Eidoch... wip eens over de grens van ons Belgikske. Dan trek je beslist, net als ik, je oogjes wijd open. Dan heb je wel een paar dagen nodig om je aan te passen en van lieverlede tevreden te zijn met héél, héél wat minder service, Vrouw en Wereld juli-aug. 1975, p. 14.