Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

Gepubliceerd op 03-02-2023

franskiljon

betekenis & definitie

Vlaming (in ruime zin), als actief voorstander van de verfransingspolitiek in België; m.n. in toep. op pers. die een Nederlands dialect als moedertaal hebben en toch de overheersing van het Frans in België voorstaan; Fransgezinde (in tegenst. tot flamingant).

- Zie ook francofoon.

De franskiljons gingen hen zwierig en nonchalant uit de weg, hen volkomen ignorerend, LEBEAU 1962, 72.

De strijd voor de ontplooiing van een eigen kultureel leven tegen het onbegrip en de heersersmentaliteit in van de franskiljons, betekende ook toen reeds geenszins dat de ramen aan de zuidkant gesloten dienden te worden, Erfdeel 1977, 552.

De eerste naoorlogse jaren waren tamelijk woelig ingevolge de voortdurende anti-Vlaamse ophitsingen door Walen en franskiljons, Alumni 1979, 4, 3.

Afl.: franskiljonisme (Wdl.); franskiljons (Wdl.), Fransgezind, anti-Vlaams.