Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

Gepubliceerd op 03-02-2023

enkel

betekenis & definitie

I. Als onbep. vnw.

In de verb. na enkele tijd, enkele tijd later enz., enige tijd daarna, na een poosje, iets later enz.; nog enkele tijd, nog even, nog een poosje. (Gall., naar fr. quelque temps).

Ik dacht: hij houdt het hier niet uit. Inderdaad, enkele tijd later verwittigde Bertrand mij dat Julien naar Holland was vertrokken, BRULEZ 1950, 184.

Ze dansten nog enkele tijd, en dan werden er spelletjes gedaan, BERKHOF 1962, 108.

Na enkele tijd kan het zijn dat het vernis barst. Het kan dan verwijderd worden met aceton, Vrouw en Wereld nov. 1973, p. 49.

II. Als bnw.

Enkele richting (naar fr. sens unique), eenrichtingsverkeer; - een enkele frank, losse frank; enkel geld, kleingeld, wisselgeld, pasmunt. Het is hier enkele richting! Nu Nog 1973, 58.

III. Als bijw.

Alleen (maar); slechts.

Zij volgden me enkel omdat hun niets anders te doen stond: de berichtgeving liet hun geen keuze, VAN HECKE 1966, 73.

Samen met onze Louis ging ik naar de gemeenteschool in Grobbendonk. Het was niet ver. We moesten enkel een zandwegeltje door, JANS/VAN LOOY 1972, 11.

Men vond er niet enkel het geweer van het type waarmee de moord was gepleegd, Gentenaar 31/5/1977.

< >