Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Gepubliceerd op 03-12-2020

zouten

betekenis & definitie

Zout (NaCl), dat bestaat uit een metaal en een niet-metaal, kan uit de base NaOH en het zuur HCl (zie zuren) worden bereid. Andere verbindingen, die men op soortgelijke wijze kan maken, noemt men ook zouten, b.v. natriumsulfaat (Na,S04), dat men uit de base NaOH en het zuur H2S04 verkrijgt.

Een zout zou dus een verbinding zijn die uit metaalatomen en zuurresten bestaat. Zouten zijn echter sterke elektrolyten en dus opgebouwd uit positieve en negatieve ionen: positieve metaalionen en negatieve zuurrestionen. Dus bestaat Na2S04 uit de ionen Na+ en S042-; NaCl uit Na+ en Cl-, enz. Zulke zouten heten normale zouten; er zijn ook zure en basische zouten. In zure zouten komen naast de genoemde ionen nog waterstofionen, H+, voor; in basische zouten vindt men geen ionen H+, maar OH-, de ionen die kenmerkend zijn voor basen. Een zuur zout is natriumbicarbonaat (NaHCO3) (ionen: Na+, H+, CO32-); een basisch zout is FeOHS04 (ionen Fe3a+, OH- en S042-), basisch ferrisulfaat. Omdat een zout zelf neutraal is, moeten de erin aanwezige positieve en negatieve ladingen even groot zijn.