XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Gepubliceerd op 22-06-2018

Poorten

betekenis & definitie

Poorten - Aanvankelijk was A. door aarden wallen met houten poortgebouwen omringd. Pas in 1481 kwam er een stenen stadsmuur, met stenen poortgebouwen en verdedigingstorens. De Sint Antoniespoort* stamt nog uit die tijd, evenals de Schreierstoren* en een gedeelte van de huidige Munttoren* (de voormalige Regulierspoort*). In 1578 werden twaalf bolwerken aangelegd, te beginnen bij de Haarlemmerpoort*. A. groeide echter door en in 1612 en 1658 bleken er 27 bolwerken noodzakelijk, waarin acht poorten nodig waren.

Het waren de Haarlemmerpoort, de Zaagmolenpoort, de Raampoort*, de Leidsepoort*, de Weteringpoort*, de Utrechtsepoort*, de Weesperpoort* en de Muiderpoort*. Tot 1825 heeft de stad binnen deze omwalling besloten gelegen. Toen werd met het slechten begonnen en in 1840 was dit werk voltooid. De vestingpoorten werden afgebroken en door barrières vervangen. Van al die poorten zijn er nu nog slechts twee over: de Haarlemmerpoort en de Muiderpoort. De huidige Haarlemmerpoort op het Haarlemmerplein was de vijfde stadspoort met die naam die in de loop van de eeuwen aan de Haarlemse kant heeft gestaan. Aan het einde van de Nieuwendijk bij de Martelaarsgracht stond de oudste: de Nieuwendijker- of Windmolenpoort. Zij werd in 1418 gebouwd en heeft het tot 1506 uitgehouden. De tweede, een massief stenen bouwwerk met zes torens over het water gebouwd, verrees aan het einde van de Korte Nieuwendijk. Zij was door de na 1481 gebouwde stadsmuur met de latere Haringpakkerstoren* of Heilige Kruistoren verbonden.

In verband met de uitbreiding van de stad in 1593 kwam de derde Haarlemmerpoort te liggen aan de Herengracht bij de Brouwersgracht. Deze poort, die in 1612 werd gesloopt, had twee ophaalbruggen en een hamei (voorpoort). De mooiste Haarlemmerpoort was de vierde, die in 1615 door Hendrick de Keyser* werd gebouwd op de plaats van de huidige. Het moet een prachtig bouwwerk geweest zijn met een gevel van witte zandsteen aan de stadszijde. De doorgang had een bocht, waardoor het voor eventuele vijanden moeilijk was er binnen te dringen. In 1837 was deze Haarlemmerpoort, die 222 jaar dienst had gedaan, zo bouwvallig dat zij afgebroken werd. Een jaar later besloot de gemeenteraad een in klassieke stijl ontworpen poort op dezelfde plaats te laten bouwen. Architect Cornelis Alewijn werd met de uitvoering belast en er verrees geen verdedigingstoren, maar een gebouw waar belastingen werden geïnd. In 1840, het jaar waarin koning Willem II werd ingehuldigd, werd de huidige Haarlemmerpoort door de koning in gebruik gesteld. Men heeft haar een tijdlang de Willemspoort genoemd, maar deze benaming heeft nooit veel opgang gemaakt.

In 1889 werd de poort met afbraak bedreigd, maar dit plan ging niet door. Integendeel, de poort werd in 1900 gerestaureerd. In 1974 dreigde opnieuw afbraak, maar ook die "aanslag" werd afgewend en de oude poort werd na restauratie geschikt gemaakt voor bewoning. De andere stadspoort die ons met de Haarlemmerpoort nog rest is de Muiderpoort, die geheel identiek was aan de Utrechtse- en de Weesperpoort. In 1663 kreeg Gerrit Swanenburgh de opdracht de Muiderpoort te bouwen. Nadat in 1668 de funderingen waren gelegd en het metselwerk twee meter was opgetrokken, bleek dat de poort juist tegenover de Nieuwe Rapenburgergracht zou komen te staan, in plaats van voor het ontworpen plein aan het einde van de parallelwegen ter verbinding met de Muiderstraat. Men brak het al gebouwde deel af en plaatste de poort ten westen van het bolwerk Muiden.

Scheuren in de muren leidden ertoe dat de poort in de nacht van 29 op 30 jan. 1769 instortte. Onder leiding van de begaafde bouwmeester Cornelis Rauws* kwam twee jaar later de Muiderpoort gereed op de plaats waar zij nu nog staat. In 1874 dreigde afbraak, maar dit ging niet door. Wel werd het hekkenpoortje afgebroken, dat door interventie van het raadslid P. van Eeghen bewaard bleef en nu de ingang vormt van het Flevopark. In 1963 ging de Muiderpoort een nieuwe levensperiode in. Op 24 sept. van dat jaar werd het pand, nadat het door Openbare Werken was verbouwd, officieel in gebruik genomen door een particuliere instelling, het Internationaal Belasting Documentatie Bureau*.

LIT. J. van Eek, De Amsterdamse Schans en de Buitensingel, 1948.