XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Gepubliceerd op 22-06-2018

Kloveniersburgwal

betekenis & definitie

Kloveniersburgwal - De Kloveniersburgwal tot in het laatst van de 16de eeuw de buitenste stadsgracht en als zodanig "der stede graft" genoemd, is een brede gracht, genaamd naar de Kloveniersdoelen*. In de 17de eeuw heette het deel voor het Trippenhuis*, het vermaardste van de hier gebouwde stadspaleizen, ook wel Trippenburgwal; het deel nabij het Oost-lndisch Huis* in de Oude Hoogstraat heette ook wel Oost-lndische Kaai. De opvallend mooie gevel van nr. 95 vertoont zich, voor wie de Oudemanhuispoort* uitkomt, vlak aan de overzijde. Het is het naar de oude gevelsteen "De Gulden Steur" genaamde huis. Ditzelfde huis werd ook naar de toenmaals rijkste A'dammer, die het in 1642 door Vingboons* liet bouwen, het "huis van Poppen" genoemd.

Oorspronkelijk moet voor de klassieke gevel een brede stoep* zijn geweest, die echter in het begin van de 20ste eeuw met een verbouwing verdwenen is. Het huis loopt achter door tot de Groenburgwal, waar voor de katholieke scholen die er sinds 1904 gevestigd waren, een nieuwbouw opgetrokken is, tegen de achterzijde van het oude koetshuis, en waar ook de katholieke charitatieve instelling Vincentiusvereniging gevestigd is. Naast dit huis, op nr. 97, ligt de "Stadsdoelen"*, met een mooie gevel. Waar nu het gebouw van de Maatschappij voor den Werkenden Stand* staat, was tot 1784 de bekende menagerie van Blaauw Jan*. De grote zaal in den Werkende Stand (nu Doelenzaal genoemd) werd lange tijd gebruikt door Het Nederlands Volkstoneel. Kloveniersburgwal nr. 23 werd in 1965 gerestaureerd. Dit huis heette eens "Het Gulden Hek". Het werd bewoond door de families Burgh en Valckenier. Naast dit huis is een smalle steeg, tegenwoordig Klovenierssteeg, eerder Zeepaardsteeg en Watersteeg geheten.

LIT. T. den Herder, Het Huis De Gulden Steur op de Cloveniersburgwal, O.A. 1950, 9 en 163; Karin Jongbloed, Het Trippenhuis gerestaureerd, O.A. 1993, 164; Gerard Pley en Herman W.J. de Boer, De Razerny, zinnebeeld van waanzin, O.A. 1993, 271; Jaap Balk, Een "frisse lauwer" op de Kloveniersburgwal, O.A. 1991, 34; Gerrit Vermeer en Ben Rebel, d'Ailly's Historische Gids van Amsterdam, 2000, 136, 139, 144, 146 en 226.