XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Gepubliceerd op 22-06-2018

Herengracht

betekenis & definitie

Herengracht - In 1612 ontwierp Frans Hendrickszoon Oetgens* zijn plan voor een grachtengordel*. De Herengracht, eerst gegraven van Brouwersgracht* tot Leidsegracht*, in 1657 tot de Amstel* doorgetrokken, werd de binnenste gracht. Ze begint met een aardig hoekje bij de Brouwersgracht met nog aanzienlijk smallere huizen dan in de Bocht*. Zes meter was hier de bouwbreedte, in de Bocht werd dat algemeen twaalf meter. De Herengracht maakt vervolgens een ruime bocht rond de toenmalige stad.

Deze bocht was oorspronkelijk korter gedacht. Het hoekhuis Beulingsloot laat door de schuin ingezwenkte stand zien dat de bocht hier al eerder in zou zetten. De naam schijnt ontstaan te zijn ter ere van de Heren regeerders, met hunne Heerlijkheden. De Herengracht is de mooiste, de eerbiedwaardigste en de rijkste van de drie grachten. En dat niet alleen vanwege de vermaarde Bocht, maar vanwege het hele voorkomen. Dit is een van de grachten waar men niet uitgekeken raakt, waar men steeds weer nieuwe schoonheden aan de gevels ontdekt. Een gracht die ook betrekkelijk weinig geschonden is, al zijn er natuurlijk sinds 1850 wel bouwsels verrezen die hier helemaal niet thuishoren. Een wandeling langs de Herengracht geeft een grote verscheidenheid van bouwstijlen te genieten: het eenvoudige trapgeveltje* op nr. 38 (half weggescholen naast het enorme huis waar in de Franse tijd de gouverneur Lebrun, hertog van Plaisance, heeft gewoond) en de helrode baksteenbouw van het dubbelpand nrs. 170-172, de fraaie schepping van Pieter de Keyser voor Bartolotti*, zijn beide vroeg- 17de-eeuwse uitingen op dit oudste gedeelte van de gracht. Van de typisch A'damse gevels, die uitmunten door grote eenvoud, zijn langs de hele gracht nog vele voorbeelden te vinden. Wat rijkere versiering hebben de toppen van de huizen nrs. 218-220, waar de Economisch- historische bibliotheek* was ondergebracht.

De strakke lijn heeft nog het pand nrs. 344-346, waar eens het weeshuis "De Oranjeappel"* is geweest. Van wat latere tijd is het huis nrs. 364-370, in 1662 voor Kromhout, telg van een oud regentengeslacht, gebouwd door Philip Vingboons*. Een fraaie klokgevel* heeft ook het overigens meer om de gevelsteen "De vier Heemskinderen" bekende hoekhuis aan de Leidsegracht, sinds 1916 eigendom van de Vereniging "Hendrick de Keyser"*. Een mooi interieur is in het Van Brienenhuis*, nr. 284, bewaard gebleven, eveneens eigendom van deze vereniging. De gevel van dit herenhuis is 18de-eeuws. De meest monumentale gevels uit de Gouden Eeuw zijn te vinden in de Bocht en verder naar de Amstel, waar de gevels van de patriciërshuizen*, ondanks Franse invloeden van later tijd, toch het eigen A'damse voorkomen hebben bewaard. Even voorbij de Bocht, op nr. 502, staat de tegenwoordige ambtswoning van de burgemeester. Het huis werd in 1926 door dr C.J.K. van Aalst aan de gemeente ter beschikking gesteld. Een opmerkelijk huis, wat zijn geschiedenis betreft, is het pand nr. 527, in 1679 gebouwd en ten tijde van het bezoek van tsaar Peter de Grote door hem bewoond.

Peter de Grote was er logé van de Russische koopman Solowjow, die het huis gehuurd had. Na het verblijf van de tsaar was het huis "zoo zeer beschadigd en ontramponeert", dat de eigenaar de kosten van de restauratie niet kon opbrengen en het huis verkocht. In 1808 kwam het in eigendom van koning Lodewijk Napoleon, die er ook korte tijd heeft gewoond, en daarna kwam het onder Kroondomeinen. Ook de vader van Jacob van Lennep* heeft het nog een tijd gehuurd. Vroeger heette het ook wel "het huis van Labouchère". Nu maakt het pand deel uit van de kantoren van de Incassobank*. Belangrijk, om zijn gaaf bewaarde uiterlijk, is het pand nr. 539, tegenwoordig de Banque Paribas, ooit de woning van de burgemeesters Nicolaas Pancras*, Gerrit Corver* en Dirk Trip*. Op nr. 605 ten slotte is het Museum Willet-Holthuysen*.

LIT. H.F. Wijnman, Historische Gids van Amsterdam, 1971, 353; H.F. Wijnman, I. van Eeghen, Vier eeuwen Herengracht, 1976; drs P. de Wijs, Het Huis Herengracht 380-382, 1986; Gerrit Vermeer en Ben Rebel, d'Ailly's Historische Gids van Amsterdam, 1992; Paul Spies e.a., Het Grachtenboek, 1992; J.C. Polak- van 't Kruys, Herengracht 502, de ambtswoning van de burgemeester, M.A. juli/aug. 1996, 97; W. Dijkshoorn e.a., Amsterdamse Grachtentuinen, Herengracht, 1998; Hans Pulleners en Tim Killiam, Amsterdamse Grachtengids, 1999; Tim Killiam en Rolf Unger, De Herengracht, 2001.