Heien betekenis & definitie

Heien - "Amsterdam, die grote stad, die is gebouwd op palen", heeft elk kind uit het versje geleerd. De moerassige bodem* had deze bouwwijze nodig gemaakt. Van oudsher is aan het heien grote betekenis gehecht. De eerste heipaal in de grond was een minstens even belangrijk feit als de eerstesteenlegging. Voor het bouwen van het nieuwe stadhuis* op de Dam werd op 20 jan. 1648 de eerste van de 13.659 palen geslagen die tot steun zouden dienen "'s werelds achtste wonder", zoals Constantijn Huygens* dichtte, "van soo veel Steens omhoogh, op soo veel Houts van onder".

De heipalen kwamen uit de Scandinavische wouden. Tot ver in de 19de eeuw is met mankracht geheid. Toen in 1840 het sociƫteitsgebouw "De Vriendschap" ter plaatse van het tegenwoordige Peek & Cloppenburg* aan de Dam verrees, werd voor het eerst de stoomheimachine, de locomobiel, ingevoerd. Zij heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad voor de omstanders, de puffende machine die de palen in de modder dreef. Breitner* heeft herhaaldelijk heiwerken geschilderd. Na het stoomtijdperk werkten heimachines als regel op een dieselmotor. Maar zonder heien komt ook het nieuwe A. niet tot stand. Voor de nieuwbouw worden verschillende soorten palen gebruikt, namelijk betonpalen*, betondrukpalen* of De Waalpalen*, en Frankipalen.

LIT. J.F.M. De Boer, Van heien en heipalen en het probleem van de Amsterdamse bodem, J.A. 7955; M.C. Emeis jr, Amsterdam in en om 1675, O.A. 1975, 762; J.H. Kruizinga, Haal op die hei, 1984; H. Janse, Amsterdam gebouwd op palen, 1993; H.J. Zantkuijl, Bouwen in Amsterdam, 1993.