XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Gepubliceerd op 21-06-2018

Bruggen

betekenis & definitie

Bruggen - Amsterdam is de stad van de bruggen. De Amsterdammers ontwikkelden er zelfs een eigen jargon voor. Onder een sluis verstaan ze een stenen boogbrug. Met een brug bedoelen zij een houten oeververbinding. De Eenhoornsluis* en de Haarlemmersluis* hadden niet alleen een stenen overspanning, maar ook sluisdeuren en werden daarom waterkering of wende genoemd.

Er is geen tweede stad ter wereld die zo veel bruggen heeft, nl. meer dan 1.300. Er zijn er in alle soorten. Zo zijn er de prachtige 18de-eeuwse boogbruggen over de grachten, die in de 19de eeuw bijna overal verlaagd zijn, maar nog aan bijv. Reguliersgracht en Leidsegracht een voornaam cachet geven. Ook heeft A. slanke houten ophaalbruggen, zoals de Magere Brug*, brede bruggen, waarvan het brugkarakter nauwelijks te herkennen is als de Muntsluis*, spoorbruggen en bakstenen bruggen als de Kindertjesbrug*, vaak versierd met beeldhouwwerk. De oudste brug van de stad was de Oude Brug*. Deze is echter gesneuveld in 1883. De oudste brug die nog bestaat, is de Torensluis* van 1648. In de 18de eeuw werden alle bruggen van de stad genummerd en met alle gegevens te boek gesteld. Dat Bruggenboek* is altijd de basis, waarop het Stedelijk Beheer te werk gaat bij bouw, onderhoud en herstel van de bruggen.

Want een aparte dienst van deze dienst waakt over de A'damse bruggen die, of zij nu eeuwenoud of modern zijn, toch alle zonder uitzondering een specifiek A'dams karakter dragen. In deze waterstad, waar van oudsher het verkeer te land en dat te water weinig voor elkaar onderdeden, heeft men het belang van de bruggen altijd ingezien. Modern bouwen vraagt moderne bruggen, dat was allengs de visie. Er zijn weinig steden te vinden waar de bruggenbouw zo een eigen karakter kende, zo geheel is opgenomen in het totaalkarakter van de stad en ... waar aan de bruggen zoveel en zo liefdevolle aandacht wordt besteed. Vanaf 1917 was aan Openbare Werken als esthetisch adviseur verbonden de architect Piet Kramer*. Het was deze man, die in feite zorgde voor het uiterlijk van de bruggen van de moderne tijd. Aan meer dan honderd bruggen heeft hij het huidige uiterlijk gegeven; vooral het smeedwerk had steeds zijn belangstelling. Ook is hij de man geweest, die een geheel nieuw element gebracht heeft in de A'damse bruggen, nl. het beeldhouwwerk. Vooral de beeldhouwer Hildo Krop*, maar ook anderen, hebben de bruggen versierd met beeldhouwwerk, waardoor ze vaak iets monumentaals, iets vorstelijks krijgen. Er is zelfs wel eens tegen gewaarschuwd de bruggen niet al te veel te laten domineren in het stadsbeeld.

De Kindertjesbrug en andere beroemde punten van de stedenbouwkundige infrastructuur hebben, dankzij samenwerking van architecten beeldhouwer, een royaal, schoon uiterlijk gekregen dat zich harmonisch voegt in de bouwwijze van de zich uitbreidende stad. In 1938 zijn op initiatief van het Genootschap Amstelodamum* weer de oude brugnamen, zoals die in het Bruggenboek voorkomen, op de bruggen aangebracht, bijv. Doelensluis. A. herstelt, verbouwt of bouwt per jaar een groot aantal bruggen. Aanleiding hiertoe vormen o.a. de verbreding van toegangswegen, de bouw van nieuwe woonwijken, verkeersverbeteringen, tunnelbouw, dringende recreatiebehoeften in dichtbevolkte wijken, havenuitbreiding en de aanleg van industriegebieden. Het tempo van de bruggenbouw wordt het best geïllustreerd door de volgende cijfers: de 500ste brug (over de Molenwetering langs de Hugo de Vrieslaan) kwam in 1957 gereed; de 600ste brug, no. 805 (in de Buitenveldertselaan), was klaar in 1962. Op 2 apr. 1974 opende wethouder Lammers* de 1.000ste brug (tussen Postjeskade en Rembrandtpark).

Op 1 jan. 1990 bedroeg het aantal bruggen 1.299, waaronder 79 beweegbare, onderverdeeld in 29 basculebruggen, 41 ophaalbruggen, 4 hefbruggen, drie draaibruggen, één rolbrug en één rolbasculebrug. Er zijn 46 vaste bruggen in onderhoud bij het GVB of de NS. Het Havenbedrijf heeft één brug in onderhoud, evenveel als de Hortus Botanicus*. Na de instelling van de 16 stadsdeelraden zijn er nog vele bruggen bijgekomen die niet in het Bruggenboek zijn opgenomen. Het totaalcijfer voor later jaren, wanneer Stedelijk Beheer* in samenwerking met de deelraden de volledige lijst zal hebben opgesteld, zal dus nog hoger uitkomen. Zie ook: Kargadoor; Oorgat.

LIT. J.H. Kruizinga, Amsterdam bruggenstad, 1956; id., Amsterdam, stad der duizend bruggen, 1973; Martin Janzen, Duizend bruggen, O.A. 1974, 201; G. Brinkgreve, Bruggen, watermerk van Amsterdam, De Lamp febr. 1982; W.Th. de Boer, P.J.H. Evers, Amsterdamse Bruggen 1910-1950, 1983; H. de Jong, Over bruggen, 1983; Wim Dubbelaar, Steenrijk Amsterdam, 1986; O.W. Boers, Een gevelsteen van de Blauwbrug, O.A. 1989, 80; P.A. Sandifort, De Duivendrechtse bruggen, O.A. 1989, 108; E. Weber en P.P. de Baar, Heen en weer, O.A. 1990, 326; H. Stoovelaar, Doorvaart gestremd, 1995.