Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Zaling (zeilvaart)

betekenis & definitie

. In het algemeen is een zaling een uitspreider van het want. De zaling vergroot den hoek, die het want (lijnen, die den mast rechtop houden) met den mast maakt.

In ’t bijzonder worden zalings genoemd: de dragers van de mars (afgeleid van zadel) (afb. blz. 78). De mars is een platform, aangebracht op de plaats, waar de steng (verlengstuk van mast) aan den mast is verbonden. Onder de mars, ter weerszijden van die verbinding, bevinden zich twee balkjes in de richting van het schip, als dragers. Dat zijn de langszalings. Haaks daarop, dus dwarsscheeps, zijn nog twee zalings, de dwarszalings. Bij het verlengstuk van de steng, bramsteng geheeten, bevinden zich zalings zonder mars.Mars en zalings zijn aanknoopingspunten van het want, dat de steng rechtop houdt. Men onderscheidt aan den grooten mast: de grootbramzalings en aan den fokkemast: de voorbramzalings.

Tegenwoordig hebben de schepen geen steng meer en ook geen mars. De zalings zijn echter gebleven; ze dienen tot bevestiging van het hangblok van den dirk (kraanlijn van den laadboom) of van de vlag, of van een licht.