Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Zakelijk recht

betekenis & definitie

Een recht, dat onmiddellijke heerschappij geeft over een bepaalde zaak. Een zakelijk recht legt een band tusschen een persoon en een zaak, welke band door een ieder moet geëerbiedigd worden.

Het volkomen zakelijk recht is het recht van eigendom, dat volledige heerschappij geeft over de zaak. Andere zakelijke rechten geven die heerschappij slechts in een bepaald opzicht b.v. hypotheek en erfdienstbaarheden. Deze rechten veranderen niet, wanneer de eigenaar het goed, waarop het zakelijk recht is gevestigd, verkoopt. Gaat de eigenaar failliet, dan behoudt de hypotheekhouder al zijn rechten. Behalve hypotheek en erfdienstbaarheid zijn ook het jachtrecht (onlangs hier te lande afgeschaft) en het vischrecht zakelijke rechten.Verder heeft een verkooper een zakelijk recht op de nog onbetaald gebleven goederen in een faillissement, indien hij de goederen zelf gemaakt heeft. Verkocht hij die goederen niet als fabrikant, doch als handelaar, dan heeft hij slechts een vordering op den gefailleerde, een persoonlijk recht.

Een gemeente mag den grond van haar openbare begraafplaats niet verkoopen, maar wel mag zij, van een grafplaats, het zakelijk recht verkoopen, om daar altijddurend en met uitsluiting van anderen, lijken te mogen begraven (familiegraf).

De zakelijke rechten worden ingeschreven in het kadaster.

Een persoonlijk recht vloeit meestal voort uit een verbintenis. Zoo is beklemrecht (zie aldaar) een zakelijk recht, maar huur is een persoonlijk recht.

Het verschil tusschen een persoonlijk recht en een zakelijk recht blijkt duidelijk uit het volgende. Een erflater heeft zijn bezittingen nagelaten aan een erfgenaam onder het voorbehoud van zeker goed, dat aan een ander als legaat is vermaakt De legataris wil nu weten, wanneer hij over zijn legaat beschikken kan. Is hij terstond na het overlijden van den erflater eigenaar geworden, of móet hij eerst aan den erfgenaam afgifte van het legaat vragen ?

Het eerste is het geval, wanneer men aanneemt, dat de legataris een zakelijk recht op het legaat heeft gekregen. Een afschrift van het testament is dan zijn eigendomsbewijs, op grond waarvan hij bij den Bewaarder der Hypotheken en het Kadaster overschrijving op zijn naam kan verzoeken Het tweede is het geval, wanneer men aanneemt, dat de legataris een persoonlijk recht op den erfgenaam heeft. De akte van overdracht van den erfgenaam op den legataris is dan het eigendomsbewijs. Beide opvattingen hebben recht van bestaan. Vooral wanneer het goed rentegevend is, maakt het voor den legetaris een groot verschil of hem terstond na het overlijden de vruchten van het legaat ten goede komen, of dat die vruchten tot aan den dag van afgifte aan den erfgenaam toebehooren.