Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Tachtigers

betekenis & definitie

In 1880 ontstond in onze letterkunde een nieuwe geest, welke zich ook in de kunst en in de politiek openbaarde. Tot dien tijd heerschte er een allemanskunst, van zelfgenoegzamen aard.

Potgieter, Busken Huet en Douwes Dekker en anderen leverden werk, dat daarboven stond, maar pas met de Beweging der Tachtigers kwam er een groote opleving in de letterkunde. Lodewijk van Deysel, Willem Kloos, Frederik van Eden, Herman Gorter, Albert Verwey en Hans Boeken schreven in de Nederlandsche Spectator, later in de Nieuwe Gids. Zij drukten hun gedachten op zeer persoonlijke wijze uit. Deze vorm werd niet algemeen begrepen. In 1890 kwam er weer een nieuwe richting door Adama van Scheltema en Jolles, die leerden, dat dichtkunst zich eenvoudig en begrijpelijk behoort te uiten.