Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Schaar (meentschaar)

betekenis & definitie

Aandeel in de gemeenschappelijke weide, de meent. Het woord is verwant met het Engelsche: share, aandeel.

Scharende erfgooiers zijn gerechtigden in de Gooische meent, die het recht hebben, vee in de meent te laten grazen, een schaar in de meent hebben. Tweescharige ossen zijn ossen, die twee zomers weidegang gehad hebben. Men rekent een koe op één schaar, een vaars op 3/4 schaar, een kalf op | schaar. Onder inscharen van vee verstaat men in het algemeen: vee van een niet gerechtigde, tegen betaling, gedurende één zomer in de weide laten grazen.