Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Pijnappelklier

betekenis & definitie

Een klein, grijsrood, kegelvormig aanhangsel van de hersenen achter de groote en vóór de kleine hersenen. Naar den fijnen bouw te oordeelen is het geen klierweefsel, maar zenuwweefsel.

Het gewicht bij een volwassene is niet meer dan 220 milligram. Ofschoon het bestaan van het orgaantje reeds vele eeuwen bekend is, is de werking ervan nog duister gebleven. Uit dierproeven heeft men meenen te moeten opmaken, dat het invloed heeft op den groei. Het is alsof de pijnappelklier de ontwikkeling van de geslachtsorganen tegenhoudt, want men heeft bij hanen, waarbij deze klieren waren weggenomen, gezien, dat ze vechtlustiger werden, grooter kammen en sporen kregen. Bij gezwellen van de klier, waarbij men aanneemt dat deze de werking remmen, zag men bij kinderen een vroegtijdige ontwikkeling der geslachtsorganen, lage stem, beharing van de lippen, oksel en schaamstreek en vroegrijpheid van den geest; ook de lichaamslengte was groot. Werkt de klier overmatig, dan ontstaat vetzucht en traagheid. Jozef, de dikke jongen uit Samuel Pickwick, die altijd at of sliep, leed blijkbaar aan verhoogde werking van de pijnappelklier.