Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Pieterman (visscherij)

betekenis & definitie

Een visch, die in de eerste zomermaanden veelvuldig aan onze kust voorkomt (hengelen naar pietermannen op de pieren te IJmuiden) en ook in treilnetten gevangen wordt. Vroeger was de pieterman op de vischmarkt niet in aanzien, thans meer.

De visch werd vroeger gerookt, tegenwoordig brengt men ze gestoomd in den handel en de prijs van gestoomde pietermannen is hooger dan die van schol of van poon. (Stoomen is eigenlijk rooken boven een heet vuur). In Frankrijk mag deze visch niet anders dan met afgesneden rugvin ter markt komen, wegens het gevaar voor steken. De stekels van de rugvin zijn voor vele visschen en ook voor den pieterman een verdedigingsmiddel. Bovendien heeft deze een stekel met een gifklier aan het kieuwschild. Zeevisschers en soms ook baders aan zee worden nu en dan door dezen visch gestoken. De verschijnselen van den steek zijn kenmerkend : de pijn neemt terstond na de steek in hevigheid toe en het gestoken lid zwelt op.

Soms zwellen ook de oksel- of liesklieren en, veel eer dan bij andere verwondingen, komt er koud vuur bij. Het is gewenscht, den steekwond terstond uit te zuigen: in de maag doet het gif geen kwaad. Bovendien kan men het lid tijdelijk afbinden. De witte bloedlichaampjes krijgen dan den tijd om het gif te vernietigen, voordat het zich in het bloed heeft verspreid.