Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Palmpaschen

betekenis & definitie

Palmzondag. Bloemenpaschen zeggen de Vlamingen.

De Zondag voorafgaande aan het Paaschfeest. De dag gewijd aan de herinnering van Jezus’ intocht in Jeruzalem. „Gezeten op een ezel” — staat in Mattheus 21 — „kwam Hij de Heilige stad binnengereden en de schare begroette Hem met palmtakken, welke zij op Zijn weg strooiden”. Vijf dagen later was echter de gezindheid van het volk van Jeruzalem geheel omgeslagen. Het Paaschfeest is echter ouder dan het Christendom : Omstreeks dezen tijd van het jaar vierden de heidenen hun lentefeest. De Israëlieten herdachten met hun Paaschfeest de uittocht uit Egypte, terwijl de oude Germanen dan een ommegang over de akkers hielden ter eere van de aarde in bruidstooi. En ook thans viert men op vele plaatsen Palmpaschen als het feest der vruchtbaarheid van de aarde.

Kinderen loopen met een „Palmpaasch” of „Palmhoutje”, een meidoorn, met vruchten en lekkernijen versierd, of met een haan van brooddeeg gebakken op een stok (haantje pik), die verder versierd is met groen, sinaasappelen, slingers van rozijnen enz., zinnebeelden der aardsche vruchtbaarheid. Soms ook met een krans van koekedeeg, het zonnerad voorstellend. In vroeger tijd waren heiligendagen en feestdagen een behoefte voor het volk, dat weinig afwisseling in het leven kende. In de Middeleeuwen werd er op Palmzondag druk feestgevierd. Gewoonlijk hield men een optocht, waarin een Christusfiguur op een houten ezel op wieltjes werd meegetrokken. Te Amsterdam trok men met zoo’n ezel van de St.

Olofskapel naar de Oude Kerk; twaalf verpleegden van het Oude Mannenhuis liepen achter den ezel en stelden de apostelen voor. In later tijd zijn die palmezels langzamerhand verdwenen. In het Aartsbisschoppelijk museum te Utrecht wordt er nog een bewaard.De katholieken houden op Palmzondag vaak een optocht met gewijde palmtakken. Zij bewaren die thuis en hangen ze bij hun heiligenbeeldjes.