Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Nop (weverij)

betekenis & definitie

Uitgetrokken lus, welke men met opzet boven het oppervlak van het weefsel liet uitsteken. Nopjesgoed.

Badhanddoeken hebben ook die uitgetrokken lussen. Bij wollen tapijten en bij fluweel worden later die lussen doorgesneden, waardoor overeindstaande pluizen ontstaan. Noppen van een matras zijn de kwastjes, de knoopjes of de rozetjes, welke op regelmatige afstanden bevestigd zijn ter plaatse, waar de matras doorgestoken en ingetrokken is. In zijn nopjes zijn, beteekent eigenlijk: nieuwe kleeren aan hebben.