Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Makelaar (handel)

betekenis & definitie

Artikel 62 van het Wetboek van Koophandel zegt: Een makelaar is iemand, die, als zoodanig beëedigd door de arrondissementsrechtbank, zijn beroep er van maakt, tegen genot van loon of provisie overeenkomsten te sluiten op order en op naam van personen, tot wie hij niet in vaste betrekking staat. Reeds in de 13de eeuw werd in de oudste der Hollandsche steden: Dordrecht, handel door tusschenkomst van makelaars gedreven, zooals dat uit keuren (verordeningen) der stad blijkt.

Later had men ook makelaars te Rotterdam en te Middelburg. In 1530 besloot Amsterdam makelaars aan te stellen, aan wie het monopolie van den tusschenhandel werd verleend. Het was dus een oude stedelijke instelling en dienovereenkomstig heeft ons Wetboek van Kooph. de aanstelling tot voor korten tijd overgelaten aan de plaatselijke besturen.De makelaar is een tusschenhandelaar. Hij verricht daden van koophandel ten name van anderen, dus niet, zooals een commissionair, die wel lasthebber is, maar op eigen naam handelt. De makelaar verbindt zich niet zelf, maar zijn patroon. Hij is verplicht van iedere, door zijn tusschenkomst gesloten overeenkomst, aanteekening te houden, en geeft desgewenscht afschrift hiervan aan partijen, voor wier rekening hij handelt. Hij bewaart de monsters der verkochte goederen tot aan de levering. Hij staat in voor de echtheid van de handteekening van den verkooper van een wissel of effect, door zijn tusschenkomst gekocht. Overtreding kan schorsing en vervallenverklaring tengevolge hebben.

De makelaar wordt geacht een bijzondere vakkennis te hebben. Hij is daarom de raadsman van den koopman. In zijn beëediging ziet men een waarborg voor zijn rechtschapenheid. De makelaar koopt en verkoopt waren, schepen, effecten, wissels, bezorgt verzekeringen, bevracht schepen, beleent goederen.

Een monopolie der makelaars bestaat hier te lande niet; in andere landen wel; daar is dus de vrije uitoefening van het vak slechts aan bepaalde personen geoorloofd. Voor de toelating tot beëediging en aanstelling wordt geen bijzondere opleiding en geen diploma gevorderd. Er bestaan echter eenige partikuliere inrichtingen, waar opleiding voor de makelaardij gegeven wordt. Het staat een ieder vrij, aan de Rechtbank te verzoeken, als makelaar te worden toegelaten. De rechtbank vraagt advies aan de Kamer van Koophandel, alvorens den verzoeker den eed af te nemen. Deze noemt zich dan beëedigd makelaar, omdat er kooplieden zijn, die zich makelaar noemen, zonder makelaar in den zin der wet te zijn. De wet legt aan vrouwen in de uitoefening van dit beroep niets in den weg.