Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Maanzaad

betekenis & definitie

Maankop, slaapbol, papaver. Een gewas, dat veel in ons land geteeld wordt ter wille van het fijne zaad, het blauwmaanzaad, waaruit maanzaadolie geperst wordt.

Minder algemeen dan het blauwe maanzaad is het witte en het zwarte maanzaad. De onrijpe zaaddoozen bevatten bedwelmende stoffen: morfine, codeine. In Azië wint men deze door insnijdingen te maken in den wand van de zaaddoos, de maankop. Het melksap (heulsap), dat er uit vloeit, laat men drogen; het wordt als opium verhandeld.De voederkoeken (maanzaadkoeken), die uit het zaad verkregen worden na uitpersing van de maanzaadolie, mogen geen resten van doozen bevatten, omdat daarin wat opium voorkomt. De olie, die uit maanzaad koud geperst wordt, is blank. Deze blanke olie gebruikt men in Duitschland en in Frankrijk als spijsolie. Door warme persing verkrijgt men wel meer olie, doch de kleur is dan geel en de reuk minder fijn; ze is echter goed genoeg voor fijne zeep.

Een belangrijke eigenschap van maanzaadolie is, dat zij gemakkelijk opdroogt. Schilders gebruiken haar voor doffe verf. Vooral voor witte verf is de olie geschikt, omdat ze in het licht steeds blanker wordt (lijnolie wordt donkerder).

De koek en het sabbathbrocd der Joden worden met maanzaad bestrooid, als zinnebeeld van den overvloed van manna, die op Vrijdagmorgens tot spijziging der Joden in de woestijn viel.