Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Landjuweel

betekenis & definitie

De prijs, die vroeger door de overheid werd uitgeloofd bij den plechtigen wedstrijd tusschen de rederijkers. Later gebruikte men het woord voor het feest, dat daarmede gepaard ging.

De „kamers” van „het land”, dat is de streek of het gewest, werden tot het feest uitgenoodigd. Er werden ook prijzen uitgeloofd voor hen, die het verst kwamen of die de schoonste verlichting voor den optocht hadden meegebracht. Die feesten waren kostbaar; bekend om zijn pracht was het landjuweel van Antwerpen van 3—24 Augustus 1561. Aan den optocht van dat feest namen 1900 rederijkers deel, te paard of in praalwagens, gedost in fluweel met goud- en zilverbrokaat. In 1559 werd er te Gent een landjuweel gehouden, waarbij een „sinnespel” moest worden voorgedragen, waarin de vraag werd beantwoord : „welck den mensch stervende, meest ten troost is.” Voor vele rederijkers was dat een gelegenheid om hun protestantsche gevoelens te doen blijken. Zoo hadden de landjuweelen invloed op de verspreiding van de Hervorming.

Deze „sinnespelen” deden uitsluitend zinnebeeldige personen spreken, die onderwerpen behandelden van zedekundigen of staatkundigen aard. Zij waren gekenmerkt door een langdradigen redeneertrant.Reeds in de 15e eeuw werden in de Zuidelijke Nederlanden landjuweelen gehouden. Zij bleven daar in zwang tot de 17e eeuw: na den opstand tegen Spanje was het gedaan met den luister der landjuweelen en ook de kunst der rederijkers ging achteruit.

In de dorpen had men kleinere feesten, haagspelen geheeten, waaronder men ook schutterswedstrijden verstond.

Thans wordt het woord landjuweel nog in Vlaanderen gebruikt voor tooneelwedstrijden, uitgeschreven door den koning van België.