Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Lamprei (visscherij)

betekenis & definitie

Prik, negenoog, een visch van 40 cm lengte, die vooral in den winter op onze rivieren gevangen wordt. De zeeprik is grooter.

De lamprei gelijkt veel op een aal, wordt gebakken, en gegeten met citroensaus. Verder gebruikt men ze als aas van hoekwant (bij de beugvisscherij). Vroeger hadden de beugvisschers een prikkebijter aan boord, een jongen, die de prik met een knauw achter het oog moest dood bijten, voordat het dier in mootjes werd gesneden. De visscher bewaart zijn prikken in den prikkenbak. Wanneer het water in die bak maar in beweging blijft, gaat de prik niet dood. Vandaar het spreekwoord onder de visschers : men moet zijn prikken levend houden : aan de zaak blijven werken.