Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Laadboom (zeevaart)

betekenis & definitie

Een lange spier (rondhout), waaraan men bij het lossen en laden lasten ophijscht. De laadboom hangt boven het luik, dat toegang geeft tot het scheepsruim en is aan één der einden draaibaar aan den mast verbonden met een lummel (afb. blz. 295).

Het andere einde (de top) hangt aan een lijn, die naar den top van den mast loopt. Zijdelings zijn touwen (geitouwen) aan den top van den laadboom verbonden, waarmede men den last buiten boord kan brengen.De giek (zeilsboom) van een klein vaartuig is op dezelfde wijze opgehangen en wordt op kleine schepen ook als laadboom gebruikt.