Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Kaar

betekenis & definitie

Vroeger had het woord kaar een uitgebreide beteekenis nl. van korf in het algemeen. Een biekaar was een bijenkorf.

Thans is een kaar een kistvormige inrichting, in het water geplaatst om visch in 't leven te houden. Vischkaar.

Bij molenaars is de kaar de bak boven de molensteenen, waaruit het graan tusschen de steenen loopt.

Een kolenkaar is een bak boven een kachel voor steenkool, welke daardoor geleidelijk in het vuur zakt, naar mate er steenkool verbrand wordt.