Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

IJf (tuinbouw)

betekenis & definitie

Venijnboom, taxus. Naaldboom, die bestand is tegen inkorting en daarom voor heggen en geschoren heesters gebruikt wordt.

In Aalsmeer heeft men vochthoudenden veengrond, die voor de ijfteelt zeer geschikt is. Men wint daar het zaad uit de karmijnroode bessen en levert later de ijf als groote geschoren heester af. Om hem in den gewenschten vorm te krijgen, is soms een half menschenleven noodig. Van de 16de tot de 18de eeuw waren die heesters zeer gezocht. In de tuinkunst van tegenwoordig, beschouwt men het als knutselwerk. In enkele oude buitenplaatsen vindt men nog wel van die kunstig geknipte heggen uit vroeger tijd.

Het groen is zeer vergiftig. Meermalen is vee, dat had gegeten van het groen, dat men na het hegknippen achteloos op de mestvaalt had geworpen, daardoor gestorven.