Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Haas (slager)

betekenis & definitie

Haasspier. De dikke spier, die zich bevindt in de lendenstreek aan den achterwand van de buikholte, dus vóór den rug.

De haasspier ontspringt aan de wervels en loopt naar den kleinen draaier van het dijbeen. De werking van de spier bestaat in buitenwaartsdraaiing van het been en buiging in de heup.