Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Gal (plantkunde)

betekenis & definitie

Gezwel, dat ontstaat door de inwerking van een prikkelende stof, afgescheiden door een plantaardigen of dierlijken parasiet. Bekend zijn de galappels op eikenbladeren, veroorzaakt door de larven van de galwesp; verder de ananasgal. op sparren, door de larven van de sparrenbladluis.

Ook vliegen en andere insecten, zelfs schimmels, kunnen gallen veroorzaken. Het insect legt een eitje in een blad, knop of loot en waarschijnlijk stort het daarbij eenig prikkelend vocht uit.Zeer merkwaardig is nu, dat de plant daarna een woning voor de larf gaat vormen, welke voor de ontwikkeling van die larf doelmatig is. Men zou eer verwachten, dat de plant zou trachten zich van de parasiet te ontdoen b.v. door insluiting in weefsel, waarin de larf moet verhongeren. Het tegendeel gebeurt: er vormt zich een gal, van binnen bekleed met cellen, welke voedsel voor de larf vormen. Die cellen bevatten veel zetmeel en olie en groeien aan, naarmate de larf ze wegvreet. De schors van de gal is hard en verhindert de binnendringing van sluipwespen. De schors bevat looizuur, hetgeen de bladeters afschrikt.

Soms hebben de gallen een opening met naar buiten gerichte haren bezet, waardoor het insect wel zijn woning kan verlaten, maar geen vijand kan binnenkomen. Soms wordt er zelfs een deurtje gevormd, dat juist op tijd opengaat en aan het insect gelegenheid geeft de gal te verlaten. De eenvoudige verklaring van het ontstaan van de gal door een prikkelende vloeistof, is dus niet voldoende. Een bijzondere soort gal is die, waarbij het blad zich oprolt of toevouwt en een stevige wand rondom de larve vormt. (Zie ook galnoten).