Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Gadoop (R.K. kerk)

betekenis & definitie

Overhaaste doop van een pasgeborene door een ander dan door den priester. Het doopsel is het zinnebeeld van de afwassching der erfzonde en voor de zaligheid van den geloovige volstrekt noodig.

In tijd van nood mag iedereen doopen, indien het doopformulier maar juist wordt toegepast, door water op het hoofd van de pasgeborene te gieten (zóó, dat het er afstroomt) en de woorden van het formulier uit te spreken.Ga is verwant met gauw. Geeuwhonger is gahonger, honger, die terstond gestild moet worden, daar die gepaard gaat met een gevoel van flauwte. Vroeger sprak men van gadood voor plotselinge dood.