Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Fluis

betekenis & definitie

Vroeger een fijne linnen, wollen of zijden stof. Thans spreekt men in Gelderland nog van fluis voor pluis.

Distels hebben zaadbollen met fluizen. Daar zit een dik fluis (gewas) op.