Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Flintglas

betekenis & definitie

Kaliloodglas, een zeer heldere, zware, sterk lichtbrekende glassoort, (vensterglas is sodakalkglas, natriumcalciumsilikaat). Men maakt vuursteenen fijn, door ze langen tijd tegen elkaar te laten rollen.

Het duurt een maand eer vuistgroote vuursteenen tot de grootte van een knikker zijn afgeslepen. Men smelt het poeder met kali en menie en men verkrijgt dan flintglas. Bevat zulk glas veel lood, dan is het betrekkelijk zacht en gemakkelijk te slijpen. Men spreekt dan van kristalglas.De lichtstralen, welke door flintglas vallen, wijken sterk in richting af, een eigenschap van flintglas, welke zeer gewenscht is voor de vervaardiging van lenzen. Het nadeel is, dat het licht daarbij ook sterk geschift wordt, welk nadeel wordt opgeheven door een bolle lens van flintglas samen te kitten met een holle lens van kroonglas (kali-kalkglas). Door dit samenstel verkrijgt men iets minder breking door het holle kroonglas, maar de kleurschifting van het bolle flintglas is tegelijk opgeheven.

Abbe, de grondlegger van de fabriek van Zeiss, heeft de helderheid van het flintglas verhoogd, door bijvoeging van barium, borium, metalen en fosforzouten. De grootste moeilijkheid bij het maken van zuivere lenzen is dan ook niet meer de scheikundige samenstelling van het glas, maar een goede menging ter vermijding van strepen. Hoe grooter de lens, hoe moeilijker een gelijkmatige menging zonder strepen, te verkrijgen is.