Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Eileider (ontleedkunde)

betekenis & definitie

Een der twee vliezige buizen ter weerszijden van de baarmoeder, welker uiteinden in de buurt van den eierstok open zijn. De eicellen, die den eierstok verlaten, worden in die opening opgevangen en naar de baarmoeder geleid.

Bij vogels vormt zich in de eileider de dooier, omgeven door eiwit, twee vliezen en een kalkschaal.