Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Dampigheid (paarden)

betekenis & definitie

Een gebrek van de ademhalingswerktuigen van paarden, die na eenige inspanning spoedig een stootende ademhaling vertoonen door sterke werking van de buikspieren. Die aandoening bestaat in het verlies van veerkracht van de fijne longblaasjes, welke bij de ademhaling niet behoorlijk samenvallen.

De tusschenwanden tusschen de longblaasjes verdwijnen, zoodat groote luchtholten in de long ontstaan. De aandoening komt dus overeen met longuitzetting (emphyseem) bij menschen. Dampigheid maakt een paard minderwaardig. Zwaar werk kan het niet doen, zonder kortademig tè worden. Het gebrek ontstaat door kouvatten na luchtpijpontsteking en hoesten. Slechte lucht maakt de verschijnselen erger, evenals stof.

Groenvoer en natte haver doen de verschijnselen verminderen, doordat geen hoestprikkel wordt opgewekt. Dampige paarden hoesten vaak. Piepende damp is een ander gebrek.